HUISDIERVOEDING

Elk huisdier heeft andere voeding nodig. Je kunt een kat geen hondenvoer geven, dan is de kans groot dat de kat ziek wordt. Dat kan komen door verschillende dingen. Zo moet een dier de juiste voedingstoffen binnenkrijgen om energie te hebben, maar de voeding moet ook verwerkt kunnen worden. Als je een dier wat nauwelijks beweegt voeding geeft die bedoeld is voor een dier wat bij wijze van spreken de hele dag rondjes rent, dan is er een grote kans dat dat dier overgewicht zal krijgen. Het is dus niet alleen belangrijk om je huisdier voeding te geven die geschikt is voor het type dier, maar ook om de hoeveelheid en het type voeding af te stemmen op de gewoontes van je huisdier.

1. Honden

Elke hond is anders, zowel qua formaat als qua behoeftes. Daarom is het niet mogelijk om één type voer te noemen wat voor elke hond geschikt is. Het is het beste om aan je dierenarts te vragen welk type voer het meest geschikt is voor jouw hond. Wel zijn er een paar richtlijnen waar je je aan kunt houden bij het kiezen van hondenvoer. Allereerst is het belangrijk om te kijken in welke levensfase je hond zit, zodat je voer kunt kiezen wat daarbij past. Puppy’s hebben andere behoeften dan senioren.

Nat versus droog

Ook is er de keuze tussen nat en droog voer. Ze hebben allebei hun voordelen. Wat je ook kunt doen, is voor ontbijt droog voer geven en voor het avondeten nat. Zo heb je alle voordelen van beide typen voer. Wel moet je daarbij rekening houden met de hoeveelheid die je geeft. Dat is afhankelijk van een aantal factoren, zoals het lichaamsgewicht, de hoeveelheid beweging en de spijsvertering. Als je hond te zwaar is, moet je natuurlijk niet koste wat het kost dezelfde hoeveelheid voer blijven geven. Overleg vooral met de dierenarts hoeveel voer geschikt is voor jouw hond.

Snacks en drinken

Snacks spelen ook een rol in het dieet van je hond. De ene hond krijgt het maar sporadisch, de andere drie keer per dag. Ook dat is weer afhankelijk van de beweging en het gewicht van je hond. Stel dat je een snack geeft nadat je hond een uur gewandeld heeft, dan zal het geen negatief effect hebben op het gewicht van je hond en daarmee zijn gezondheid. Als je je hond een snack geeft omdat hij je een poot gaf maar verder bijna nooit beweegt, is de kans wel heel groot dat hij snel aan zal komen. Het is dus belangrijk om goed te kijken of je snacks kunt geven en zo ja, hoeveel. Een ander belangrijk punt is water. Honden moeten veel drinken. Zorg dus dat je hond altijd toegang heeft tot water en zorg ervoor dat het water vers en schoon is.

2. Katten

Katten kunnen kieskeurige eters zijn. Als ze iets niet lusten, zullen ze het ook echt niet eten. Dan laten ze het gewoon staan en wachten ze tot je met iets komt wat ze wel lekker vinden. Deels kun je dit beïnvloeden, namelijk door als ze nog kittens zijn ze allerlei dingen te geven. Op die manier zullen ze wennen aan verschillende smaken en veel lusten als ze volwassen zijn. Er zijn verschillende soorten kattenvoer, namelijk droog, nat en semidroog. Als je kat bijvoorbeeld niet zo goed kan kauwen door tandproblemen of door ouderdom, dan is nat voer de beste keuze.

Hoeveel voer

Als je kat te dik wordt, is het niet zo’n goed idee om dan maar de helft van de normale hoeveelheid voer te geven. Omdat katten wilde dieren zijn, kunnen ze daar gemeen van worden. In plaats daarvan kun je dus beter voer geven waar minder calorieën in zitten, zodat je kat evenveel kan eten. Als je niet zeker weet of je kat te dik is, kun je aan je dierenarts vragen hoe het zit. Je dierenarts kan je ook adviseren over de hoeveelheid voer die je aan je kat zou moeten geven. Daarnaast is het belangrijk om te letten op de hoeveelheid snacks die je je kat geeft. In principe hebben ze die snacks niet nodig.

Wat is goed voer?

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, wordt goed kattenvoer niet bepaald door de ingrediënten maar door de voedingsstoffen. Er kan best zalm van goede kwaliteit in zitten, maar als er verder geen voedingsstoffen in zitten waar je kat energie uit kan halen is het niet heel goed voer. De balans van proteïne, vet, vitaminen, mineralen en koolhydraten maakt of kattenvoer wel of niet gezond is.

3. Konijnen

Konijnen hebben erg gevoelige darmen. Daarom is het belangrijk om niet te vaak en te snel van voer te wisselen, omdat ze dat niet kunnen verwerken. Konijnen hebben altijd hooi, droogvoer en water nodig. Hooi en water moet altijd in hun kooi aanwezig zijn, omdat ze daarmee hun darmen op gang kunnen houden en uitdroging kunnen voorkomen. Droogvoer is de grootste energiebron die konijntjes hebben. Hierin zijn vele verschillende merken verkrijgbaar, die allemaal verschillen in soort voer. Zo is er gemengd voer, waar naast droogvoer ook gedroogde groentes en granen in zit. Dit voer staat bekend als minder gezond, omdat er de kans bestaat dat konijntjes alleen de lekkere dingen eruit vissen en het droogvoer laten staan. Voer wat enkel droogvoer is, is dus beter.

Veel of weinig geven?

Elk type voer is anders, waardoor ook de hoeveelheid die je moet geven verschilt. De hoeveelheid is altijd afgestemd op lichaamsgewicht. Op de verpakking van het voer is altijd te vinden hoeveel je zou moeten geven. Je kunt konijnen op twee manieren hun droogvoer geven, namelijk door ze één keer per dag op een vaste tijd hun volledige portie te geven of door ervoor te zorgen dat ze altijd kunnen eten. Wat werkt is afhankelijk van je konijn en wat hij heeft aangeleerd. Als je konijn heel snel alles op eet, werkt het niet om altijd voer beschikbaar te hebben. Dan is de kans namelijk groot dat hij al snel heel dik wordt.

Groente en fruit

Groente is een prima aanvulling op het dieet van je konijn. Er zit nauwelijks suiker in, waardoor je het in principe elke dag kunt geven. Wel is het van belang dat je dat opbouwt, omdat ze anders last van hun darmen kunnen krijgen. Fruit is meer een snoepje, omdat er erg veel suiker in zit. Dat kun je dus beter maar één keer per week geven. Niet alle soorten groenten en fruit zijn geschikt voor konijnen, dus zoek van tevoren goed uit of het veilig is voor je konijn. Rabarber bijvoorbeeld kan zelfs dodelijk zijn.

4. Vissen

Bij vissen is het vooral belangrijk dat je een goede hoeveelheid geeft. Vissen kunnen niet zo snel overeten, maar als je teveel voer geeft vervuil je het water van je aquarium. Het water verversen is erg veel werkt, dus is het belangrijk om daar goed op te letten. Daarnaast is het belangrijk om, als je een aquarium hebt met verschillende soorten vissen erin, te kijken wat voor type voer je moet geven en hoe vaak. De ene vis heeft maar heel weinig voer nodig, terwijl de andere misschien drie keer per dag wormen moet eten. Als je een aquarium gaat samenstellen is het dus ook handig om daar naar te kijken.

Hoeveelheid

Vissen zijn opportunistische eters; ze eten wanneer het beschikbaar is, ook al ze geen trek hebben. Ze kunnen bovendien leren waar het eten vandaan komt, dus elke keer dat je bij het aquarium komt kijken, doen ze alsof ze trek hebben. Op die manier krijgen ze teveel eten, wat niet goed is voor het water van je aquarium. Het is dus beter om te weinig eten te geven dan te veel. Desnoods kun je een tweede keer voeren, zodat je zeker weet dat ze niet te weinig maar ook niet te veel eten krijgen.

5. Vogels

Vogels zijn erg gevoelig voor wat ze eten. Door te kiezen voor eten wat gebalanceerd is in de voedingsstoffen, zorg je ervoor dat vogels alles binnen krijgen wat ze nodig hebben. Elke vogel heeft een ander basisdieet nodig, dus het is belangrijk om goed te weten wat voor soort vogel je hebt en wat hij nodig heeft. Bijna elke vogel heeft zaden nodig, maar verder varieert het van noten en vruchten tot bloemen en insecten. Het is heel belangrijk om niet alleen zaden te geven, omdat je vogel daar niet genoeg voedingsstoffen uit kan halen. Je moet dus goed kijken wat voor voer je vogel exact nodig heeft en zorgen dat je vogel dat elke dag kan eten.

Aanvullingen

Naast het basisdieet kun je aanvullend eten geven, maar dat moet je dan wel zien als snacks. Geef dat dus niet te vaak. Fruit en groente zijn goede aanvullingen op het dieet van je vogel. Ook is het belangrijk om dan verschillende soorten te geven, zodat de vogels zich niet gaan vervelen. Vogels regelen zelf wanneer ze eten, dus je kunt altijd eten beschikbaar stellen. Ook is het belangrijk dat vogels altijd toegang hebben tot vers water. Verschoon dat dus ook elke dag en vul het op tijd bij als dat nodig is.